API-verbinding instellen
De API maakt koppelingen mogelijk met andere systemen (eigen apps, Zapier, etc.). Je stelt een API-verbinding in door onder API Connection (in het menu, indien beschikbaar voor je workspace) een API-sleutel aan te maken en die veilig te bewaren. Hier de stappen.
Wat je ziet
Als je workspace API-verbinding heeft, zie je in het linkermenu de optie API Connection. Daar beheer je API-sleutels.
Je kunt een nieuwe sleutel aanmaken en bestaande sleutels bekijken of intrekken. De sleutel gebruik je in de Authorization-header of als parameter bij API-aanroepen.
Bewaar de sleutel op een veilige plek; na aanmaak wordt die soms maar één keer getoond.
Zo stel je het in
1. Controleer of API Connection beschikbaar is voor je workspace (afhankelijk van pakket).
2. Ga naar API Connection in het menu en maak een nieuwe API-sleutel aan. Geef eventueel een naam (bijv. voor welk systeem).
3. Kopieer en bewaar de sleutel veilig. Gebruik hem in je integratie (header of parameter volgens API-docs).
4. Bij lek of wissel van systeem: trek de oude sleutel in en maak een nieuwe aan.
Tips
Deel de API-sleutel nooit in frontend-code of publieke repos; gebruik alleen in backend of veilige omgeving.
Raadpleeg de API-documentatie voor endpoints (bijv. e-mail versturen, data ophalen). Zie ook API mail versturen.
Veelvoorkomende problemen
API Connection niet zichtbaar: niet alle workspaces hebben API-toegang; controleer je pakket of neem contact op.
401 Unauthorized: controleer of de API-sleutel correct wordt meegegeven en niet is ingetrokken.
Veelgestelde vragen
Volgende stap
Zet wat je hebt geleerd direct om: start een gratis account.